Zonder draagvlak, geen renovatie

Leestijd 5 – 7 minuten, door Laurens Talsma


De klimaatdoelstellingen voor 2050 en de daarmee gepaarde energietransitie voor de gebouwde omgeving, we worden er dagelijks mee geconfronteerd. Bij het openslaan van de krant, kijkend naar de televisie of surfend op het internet: het is vrijwel altijd voorpagina nieuws en houdt de gemoederen flink bezig. We moeten nu al versnellen, terwijl we nog amper zijn gestart. Het gesprek gaat dan veelal over de technische (on)mogelijkheden, wie die torenhoge rekening gaat betalen en of we wel voldoende handjes hebben om het allemaal uit te voeren. Ook deze blog staat er vol mee. Maar begint het eigenlijk niet met het in beweging krijgen van onszelf, de bewoners van die enorme opgave van 7,8 miljoen woningen in Nederland? Doen we dat door gehele wijken in één keer van het gas halen of laten we de bewoner zelf het moment (en de kwaliteit) bepalen? Hoe gaan we ervoor zorgen dat we bereid zijn om daadwerkelijk onze woning te verduurzamen? Want wat het verleden duidelijk heeft uitgewezen: zonder draagvlak geen renovatie.

Eén ding staat voor mij als een paal boven water: we gaan pas écht iets doen, als de portemonnee ons dat toelaat. We dromen wellicht allemaal wel van die luxe vakantie of grotere auto, pas op het moment dat we het ons kunnen veroorloven worden we concreet. Hetzelfde principe geldt voor het verduurzamen van je woning. Uiteindelijk moet je van het aardgas af en wil je vermoedelijk (vrijwel) geen energierekening meer hebben, maar om dat in één keer te doen is op dit moment nog behoorlijk ingewikkeld en voor velen niet betaalbaar. Ik zie daarom het stap voor stap renoveren van een woning als dé meest toegankelijke en betaalbare manier om te verduurzamen voor bewoner (en eigenaar). Want één van de voordelen van stapsgewijs renoveren is dat iedere bewoner het zelf kan overzien. Gewoon vanuit de eigen woonervaring en met gezond boerenverstand je woning beetje bij beetje verduurzamen en op die manier je uitgaven spreiden in de tijd. En deze aanpak is daarmee uitermate geschikt om de bewoner vanaf het begin zelf aan de knoppen te zetten, wat een enorme bijdrage levert aan het draagvlak om überhaupt te gaan verduurzamen. Dat deze benadering zich in de praktijk heeft bewezen is bekend, daarvoor verwijs ik graag naar een eerder verschenen artikel op deze blog (1).

Zoektocht

Op dit moment zie je dat woningcorporaties en gemeentes zoekende zijn om het verduurzamen van de gebouwde omgeving in beweging te krijgen. Corporaties grijpen veelal het onderhoudsmoment van hun bezit aan om ook te gaan verduurzamen. De aanpak varieert van een eerste stap (bijvoorbeeld isoleren) tot in één keer naar aardgasvrij. Als het gaat om draagvlakontwikkeling voor de plannen, kennen ze de praktijk van woningaanpassing en weten ze in de regel wat er nodig is om hun huurders hierin te laten deelnemen. En dat hier simpelweg regelgeving voor is, zoals bijvoorbeeld de 70% regeling, helpt daarbij. Ook al loopt dit niet altijd even soepel (2). Maar er is een koers gekozen en er worden binnen deze sector stappen gezet.

Gemeentes kijken op een andere schaal naar de verduurzamingsopgave. Niet de woningen en daarmee het eigenaarschap staan centraal, maar de wijk vormt het vertrekpunt. Om tot eerste stappen te komen, worden binnen veel gemeentes één of meerdere wijken aangewezen als pilot, om zodoende verduurzamingsmogelijkheden te gaan ‘proeven’.  Het op deze manier van bovenaf bepalen wie moet gaan verduurzamen en wanneer, kan leiden tot weerstand onder de bewoners van deze wijken. Zoals bijvoorbeeld in Overvecht-Noord te Utrecht: bewoners vragen zich af waarom uitgerekend zij als proeftuin zijn aangewezen en bij wie de rekening voor het verduurzamen wordt neergelegd (3). In dergelijke situaties zal draagvlakontwikkeling voor de verduurzamingsplannen vermoedelijk stroef gaan verlopen. En daarmee tijdrovend zijn, waarbij je het risico loopt dat het resultaat tegenvalt. En dat is met het oog op opschaling juist net niet wat we willen. Want als het in de eerste wijk al fout gaat, geeft dat weinig vertrouwen voor de rest van het land.

Op zoek naar schaal

In plaats van in (pilot)wijken het moment van verduurzaming – en wellicht ook de wijze waarop – min of meer ‘dwingend’ op te leggen, zou je kunnen beginnen bij de mensen die zelf willen. Die over de motivatie beschikken om daadwerkelijk iets te gaan doen. Laat deze het moment, het tempo en de kwaliteit van het verduurzamen bepalen. Waarbij gemeente en andere belanghebbenden in een faciliterende rol de bewoner informeren, begeleiden en ondersteunen in het denken én het doen. Dit druist gevoelsmatig wellicht in tegen het beeld van massa en schaal. Echter, met anders kijken naar de opgave kun je óók schaal creëren. Bereik je namelijk niet hetzelfde effect met 100x 1 woning als 1x 100 woningen? Sterker nog, ik ben van mening dat je 100 mensen verspreid over een wijk sneller bereid krijgt de woning ieder op hun eigen manier te laten verduurzamen dan 100 woningen op één locatie en op één en dezelfde manier. Bijkomend voordeel – en niet onbelangrijk – is dat bij die 100 mensen de omgeving ook nog eens in beweging gaat komen. Want ik zie die eerste groep als 100 kleine pixels in een raster, waarbij ieder pixel zijn omliggende pixels kan activeren om zo uiteindelijk het volledige raster dicht te krijgen. En dat is ook een manier van opschalen.

Figuur 1:  Opschaling via het 100×1 principe.

Maar hoe kom je tot die 100x 1 woningen? Als het om de mate van bereidheid gaat om iets te gaan doen, kun je onderscheid maken naar de volgende ‘typen’ bewoners (4):

Bewoner die de deur volledig open zet: Deze is bereidwillig om een volgende stap te gaan zetten richting verduurzaming en is mogelijk geïnteresseerd om een ambassadeursrol te gaan vertolken (innovator/early adopter)

Bewoner die de deur een beetje open zet: Deze is ook bereidwillig, maar wil nu nog niet voorop lopen (early majority).

Bewoner die de deur op een kier zet: Deze is wel geïnteresseerd, maar kijkt liever eerst de kat uit de boom (late majority).

Bewoner die de deur dicht houdt: Deze is in ieder geval op dit moment niet geïnteresseerd (laggards).  

De sleutel tot succes ligt dus in eerste instantie bij  ‘innovators’ of ‘early adopters’ binnen de wijken. De bewoners of vastgoedeigenaren die hun nek durven uit te steken om één of meerdere aanpassingen op korte termijn aan hun woningen door te voeren. Simpelweg omdat het een geschikt moment is. Vanwege onderhoud (de dakpannen moeten worden vervangen, waarom dan niet meteen isolatie en/of pv-panelen toevoegen?), is er de wens om de energielasten omlaag te brengen of ze willen de waarde van de woning verhogen. Of vanuit de overtuiging dat ieder individu moet bijdragen aan het verduurzamen van onze planeet. Een beter milieu begint tenslotte bij jezelf, toch…?

Het is deze groep van gedreven bewoners en/of eigenaren die de verduurzamingsmogelijkheden (letterlijk) zichtbaar maken in een wijk. En in de rol van ambassadeur daarmee de eigen buurman, straat of wellicht wel een hele buurt kunnen enthousiasmeren. Of in ieder geval kunnen aanzetten tot nadenken over hun eigen opgave. Met meerdere van dat soort ambassadeurs in een wijk zal op dit lokale niveau de kansen voor opschaling gaan toenemen. Doordat een deel van een grotere groep bewoners de ambassadeurs zullen volgen, ieder op zijn of haar eigen manier en tempo (‘early majority’ en vervolgens ‘late majority’).

Figuur 2:  Via ambassadeurs op weg naar verduurzaming van een wijk (gebaseerd op de innovatie theorie van Rogers).

Reis door de wijk

Maar wie zijn die mogelijke ‘ambassadeurs’ en hoe krijg je ze in beweging? Dit vraagt om een traject waarin betrokken partijen actief en zichtbaar zijn in een wijk. Denk aan gemeentes, woonwinkels, renovatie aanbieders en andere belanghebbenden. Met als doel om de wensen van de bewoners op te halen en met hen in gesprek te komen over de verbeterwensen aan de woningen. Want de wensen dienen gehoord te worden en moeten uiteindelijk ook onderdeel uitmaken van de verduurzamingsoplossingen die worden aangeboden. Immers, indien bewoners niet achter de oplossingen staan, dan wordt er uiteindelijk niets gekozen.

Het zijn deze partijen die het startschot gaan geven voor een ‘reis door de wijk’, waarmee het contact wordt gelegd met de bewoner. Ze gaan gesprekken aan die bijdragen aan een positieve en bewuste kijk op de wijk. En gericht zijn op het ophalen en verspreiden van kennis én informeren van bewoners op een directe, laagdrempelige manier. Hoe dit wordt vormgegeven en welke middelen hiervoor worden ingezet, zal ik in een vervolgartikel op terug komen. Met een reis door de wijk wordt een eerste belangrijke stap gezet in het verduurzamen van een wijk, met de bewoner aan de knoppen. En het mooie is, dat er voor ieder van hen een oplossing bestaat. Of je nou ambassadeur bent of liever eerst de kat uit de boom kijkt: er kan morgen worden gestart én er kan eerst een passend aanbod op maat worden gemaakt.

Bronnen / noten:

  1. De opkomst van de stapsgewijze renovatie aanpak, Duizend Woningen Per Dag, Yuri van Bergen, 2019
  2. Rechter wijst aardgasvrije plannen corporatie af, FD.nl, Orla McDonald, 2019
  3. Overvecht gasvrij dat gaat de bewoners een beetje te snel, Volkskrant, Charlotte Huisman, 2018
  4. Bij de typering van bewoners is gebruik gemaakt van de innovatietheorie van Rogers: innovatietheorie van Rogers.

Deel dit artikel:

mm

Met 7,5 miljoen woningen in Nederland is de verduurzamingsopgave enorm. Als adviseur bij BouwhulpGroep ben ik betrokken bij de vraagontwikkeling voor deze opgave. Op diverse schaalniveaus – van stad tot straat – waarbij het gebruik altijd centraal staat. De zoektocht naar de beste route en draagvlak maakt het mogelijk dit denken om te zetten naar doen! In dit blog zullen thema’s als vraagontwikkeling, kwaliteitsaanpassing en draagvlakcreatie via mijn inbreng regelmatig de revue passeren.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *