PRIKT SAMSOM DE BOUWBUBBEL DOOR?

Leestijd 5 – 7 minuten, door Yuri van Bergen

Onlangs was ik te gast bij een evenement op de dag van de duurzaamheid in het midden van ons land. Niemand minder dan Ed Nijpels, de voorzitter van het klimaatberaad, was daar aanwezig voor een dialoog met de gedeputeerde van de provincie in de vorm van een interview. Wat volgde was een inspirerend en in mijn ogen oprecht betoog van beide heren over de urgentie en mogelijkheden voor een duurzame toekomst. Maar na een nachtje dromen over deze woorden en door verschillende reacties uit de zaal werd ik de volgende ochtend wakker met een conclusie die niet meer uit mijn hoofd is te krijgen: we wonen en werken met elkaar in een gigantische bouwbubbel.

Op dit moment zijn de overheid en het bedrijfsleven bezig de opgave voor het verduurzamen van Nederland te organiseren. Aan diverse beleidstafels, verdeeld naar de sectoren gebouwde omgeving, elektriciteit, industrie, mobiliteit en landbouw, wordt geprobeerd om keiharde afspraken te maken om te kunnen voldoen aan de klimaatdoelstellingen. De urgentie is dan ook duidelijk voelbaar nu er iedere dag wel ergens over klimaatverandering wordt gesproken. Vooral de ‘nieuwe’ wereld van energieopwekking door wind, water en zon krijgt (vanzelfsprekend) veel zendtijd omdat deze oplossingen niet alleen tot de verbeelding spreken, maar ook snel resultaat bieden. Maar dit zijn oplossingen die worden uitgevoerd in dienst van de tafels industrie en elektriciteit; niet in dienst van de tafel gebouwde omgeving. Dus wat leveren de gesprekken aan laatstgenoemde beleidstafel dan op?

Ten eerste is er de opgave van 1 miljoen CO2 neutrale woningen die de komende 30 jaar gebouwd moeten worden. Deze belofte komt op een goed moment omdat er veel vraag is naar betaalbare woningen voor starters en kleine huishoudens. Door nu aan deze nieuwbouw woningen extra kwaliteit te leveren voorbij het huidige bouwbesluit lijkt het een win-win situatie. Ten tweede ligt de focus op de verduurzaming van onze 2,4 miljoen sociale huurwoningen die in het bezit zijn van slechts 380 woningcorporaties. Strategisch is dit een slimme groep om mee te starten omdat deze sector zich kenmerkt door een professionele en bewezen praktijk van onderhoud en beheer in de afgelopen 40 jaar. Samsom krijgt lof omdat ‘zijn’ tafel met de meeste concrete plannen komt. De bouw; een sector om trots op te zijn omdat deze in tijden van nood zijn daadkracht laat zien. Met hernieuwde energie kan de belofte van duizend woningen per dag worden nagestreefd!

Ondanks deze mooie vooruitzichten begon ik die bewuste ochtend te twijfelen aan deze intenties. Ik sprak laatst een gepensioneerde hoogleraar volkshuisvesting die me eraan herinnerde dat de parlementaire enquête (naar woningcorporaties) nog geen vijf jaar geleden is afgerond en dat het meest recente overheidsprogramma om een stroomversnelling voor de gebouwde omgeving op poten te zetten weinig tot geen herhaalbare resultaten heeft laten zien. Het enige wat werkelijk is veranderd is dat de nieuwbouwproductie weer op stoom is gekomen. En dat de praktijk van onderhoud en renovatie weer terug is gevallen naar haar vertrouwde praktijk van praten over plannen en vernieuwing in plaats van het te doen. Loopt de sector van bouwen en wonen werkelijk voorop in het verduurzamen van Nederland? Of roepen we dit met elkaar gewoon zo hard rond in onze bouwbubbel dat we enkel ons eigen gelijk horen?

 

Figuur 1: Onhaalbare praktijk voor CO2 reductie gebouwde omgeving. Het is voor de gebouwde omgeving onmogelijk om voor 2030 3,4 Mt CO2 te besparen door enkel in te grijpen in de sociale huursector.

Cijfers kunnen de waarheid ook verhullen

De plannen om Nederland te verduurzamen liggen op tafel; voorlopig wordt nog niemand gedwongen om zijn huis CO2 neutraal te maken. Maar via de gemeenten (ambitie: 27 aardgasloze wijken) en de woningcorporaties (halvering verhuurdersheffing bij verduurzaming en van het gas af) komen er meer middelen vrij om van start te gaan. Renovatie is echter een grotere en meer omvattende opgave. Deze opgave draait om álle ruim 17 miljoen bewoners in circa 7,5 miljoen bestaande woningen waarbij wonen financieel (naast trouwen en de aanschaf van auto’s) de grootste uitgavepost is in bijna ieders leven. Een grote groep ontbreekt nog in al deze verduurzamingsplannen: de eigenaar-bewoners.

Laten we eerst verder kijken dan het grootschalig opwekken en ontsluiten van duurzame energie. Zoals eerder gezegd behoort deze praktijk niet toe aan de tafel van de gebouwde omgeving. De 7,5 miljoen woningen zijn echter wel dominant bij de afname van die duurzame warmte en stroom. Vragen over de duurzame kwaliteit van woningen (in de zin van gezond en duurzaam materiaalgebruik) laten we in dit verhaal ook maar even buiten beschouwing. Het is al ingewikkeld genoeg zonder de fundamentele discussie over wat duurzame kwaliteit is. Dus laten we voor dit moment alleen kijken naar de opgave voor de gebouwde omgeving tot 2050. Hoe komt deze transitie tot stand? Over welke aantallen hebben we het dan eigenlijk? En wat is de potentie voor de besparing van CO2? Want uiteindelijk hebben we nog steeds dertig jaar de tijd om deze resultaten te behalen en willen we straks geen spijt hebben als bijvoorbeeld over tien jaar de eerste resultaten worden opgehaald.

Of je nu met de overheid of met het bedrijfsleven praat, zodra het onderwerp ‘gebouwde omgeving’ ter sprake komt gaat het altijd enkel over energieopwekking, nieuwbouw en woningcorporaties. Recent is hieraan het gespreksonderwerp ‘de commerciële belegger’ toegevoegd, maar ‘de particulier’ blijft een verboden woord. Dat is vanuit de financiering te verklaren: in deze eerstgenoemde velden zit momenteel veel potentie voor wat betreft verduurzaming binnen de vertrouwde financieringsvormen.

De komende dertig jaar worden er netto 1 miljoen nieuwbouw woningen toegevoegd aan onze bestaande woningvoorraad. Waarvan we op dit moment verwachten dat er rekening wordt gehouden met de opgave van CO2 neutraal wonen in 2050. Dit is een technisch eenvoudige opgave waarvoor geput kan worden uit een lange geschiedenis van succesvolle voorbeelden. Het is kortgezegd ‘gewoon’ een kwestie van wetgeving, beleid en vooral DOEN!

Figuur 2: Woningen naar eigendom.

Wonen en werken in een bouwbubbel

Iedere dag worden wij in onze renovatie praktijk geconfronteerd met een totale desinteresse vanuit de markt én overheid voor de ruim 5 miljoen bestaande woningen in particulier eigendom. Ik kan (en wil) het niet anders of vriendelijker zeggen. De gemeenten zijn dan wel druk bezig met de plannen voor aardgasloze wijken, maar dat gaat toch voornamelijk over het opwekken van duurzame energie of het benutten van restwarmte. Daarbij zijn nagenoeg alle wijken zo gekozen dat de sociale woningcorporaties het leeuwendeel van deze wijken in hun bezit hebben. Marktpartijen zoals de aannemers, vastgoedspecialisten, installateurs, toeleverende industrie, architecten, adviseurs, overige intermediairs en netwerkbeheerders richten zich daarom enkel op de professionele opdrachtgever (enkele pioniers daargelaten). De opgave gaat om massa, top-down en vooral prefab want dan pas kunnen we tempo gaan maken. Omdat renoveren voor en met particulieren voor velen gelijk staat aan de serie van 1, aan veel vragen en vooral aan slechte betalers wordt deze groep niet interessant gevonden.

Hierom ontstond bij mij een gevoel van een ware bouwbubbel. Want wie kan aan mij verklaren waarom de aandacht van de overheid en het bedrijfsleven enkel gericht is op de nieuwbouw en woningcorporaties? Natuurlijk begrijp ik ook het ‘springplank-effect’ vanuit een professionele opdrachtgever naar de particuliere opgave. Op korte termijn lijkt dat de eenvoudigste route om bewustwording te creëren en succesvolle voorbeelden te laten zien. Maar de stem van de particulier is slecht tot helemaal niet vertegenwoordigt en daardoor zal deze zijn mogelijkheden in die voorbeelden niet herkennen. De huidige resultaten laten ons zien dat er momenteel geen passende praktijk is voor eigenaar-bewoners. Maar met een achterstand in de huidige kwaliteit en een duidelijke voorsprong in aantallen is deze opgave vele malen omvangrijker dan de sociale huursector. Maar de huidige praktijk van (professionele) renovatie vanuit grote aantallen, project gestuurd en met mogelijkheden voor sociale begeleiding is geen voorbeeld om vanaf morgen bij de particulier te herhalen. De particulier kenmerkt zich door de wens om stap-voor-stap zijn of haar woning te verbeteren, in de serie van 1 en met veel aandacht voor betaalbaarheid. Met meer dan 5 miljoen potentiele klanten is het zonder twijfel de grootste renovatiemarkt in omvang. Zowel in omzet als in potentiele CO2 besparing, maar enkel als de bouwbubbel kan worden doorgeprikt. De eenzijdige focus van een complete sector op slechts een derde van de totale opgave zonder enige focus op het geheel, is toch te gek voor woorden. Dus daarom hier mijn vraag aan Diederik Samsom: “Zou je alstublieft de bestaande bouwbubbel willen doorprikken zodat er aandacht komt voor de eigenaar-bewoner?”

Geraadpleegde bronnen in dit artikel:

  1. Woningbouw als maatschappelijk geheugen, Martin Liebregts en Jelle Persoon, 2006
  2. De grootste energiesprong ligt bij de particuliere woningbouw, bestaandewoningbouw.nl, Martin Liebregts, 2011
  3. Een duurzaam bestaan voor de woning, A. Straub en A. Meijer, TU Delft Repositories, 2011
  4. De belofte van duizend woningen per dag, Yuri van Bergen, duizendwoningenperdag.nl, 2018
  5. #DuurzaamRenoveren, Hogeschool Rotterdam, Haico van Nunen, 2017

Deel dit artikel:

mm

Het betaalbaar verduurzamen van bestaande woningen met de eigenaar en/ of bewoner zelf aan de knoppen is de opgave waar Yuri zich dagelijks en met heel veel energie voor inzet. Om hiermee een bijdrage te leveren aan het behoud van onze planeet. Yuri van Bergen is directeur van BouwhulpGroep BV, initiatiefnemer van Alliantie+ BV en hoofdredacteur van deze blog. Hij publiceerde vier boeken gericht op de opgave om duizend woningen per dag te verduurzamen en wordt blij van goede ideeën die ook tot iets leiden!