Eén integrale aanpak geschikt voor 14.000 buurten

Leestijd: 8 – 10 minuten, door Yuri van Bergen & Haico van Nunen

Gemeenten zijn verantwoordelijk voor het terugbrengen van de CO2-uitstoot in de gebouwde omgeving. Op dit moment vertalen zij hiervoor hun warmtevisie naar concrete wijkplannen. En direct wordt al duidelijk dat de capaciteit om de maatregelen fysiek uit te voeren ontbreekt. Bedenk dat het om een integrale wijkaanpak gaat waarbij naast verduurzamen ook andere nieuwe thema’s zoals biodiversiteit, energiearmoede en klimaatadaptatie op de agenda staan. Dit komt ook nog bovenop bestaande uitdagingen zoals de beschikbaarheid en de betaalbaarheid van het wonen en de afnemende leefbaarheid in vele buurten. 

Om het tempo van de verduurzaming op te kunnen voeren hebben we alle denk- en doe-kracht nodig om zowel gelijktijdig de vraag naar, als het aanbod van slimme renovatieproducten snel en doeltreffend te organiseren. Het ordenen en groeperen van zowel de woningvoorraad als de gebruikersdoelgroep kan ons hierbij helpen. Er zijn diverse bewezen methoden om dat te doen. Om deze omvangrijke opgave te realiseren probeert eenieder het gat te verkleinen tussen het microniveau van de individuele eigenaar-bewoner en het macroniveau van de overheid en de markt. Dé plek om die brug te slaan is de buurt.

Daar kan de vraag van woningeigenaren gebundeld worden en (in een continue stroom van uitvoering) gekoppeld worden aan een eveneens gebundeld aanbod. Het is een praktijk die woningcorporaties (als collectieve eigenaar) al jaren laten zien, maar die nu ook toegankelijk gemaakt moet worden voor de particulier. Pas in die combinatie van gebundelde vraag en gebundeld aanbod ontstaat een realistisch perspectief op het versnellen en opschalen van de verduurzaming van de gebouwde omgeving.

Figuur 1: de klantreis van het verduurzamen van buurten kent vele routes en uitdagingen voordat ze zichzelf ‘duurzaam’ kan noemen (Bron: EU-project Save the Homes in Rotterdam, Horizon2020 program under Grant Agreement No. 892749)

De huidige praktijk van individuele aankoop en collectieve aanbieding

Collectiviteit is niet nieuw. De mate van collectiviteit kan echter sterk verschillen. Eerst een overzicht van bestaande vormen van collectiviteit, zoals we die kennen:

Individuele aankoop of maatwerk: De misschien wel bekendste praktijk van renoveren afgaand op de verhalen op ieder verjaardagsfeestje. De eigenaar die zijn eigen plan maakt (eventueel met behulp van een architect) en zelf op zoek gaat naar betrouwbare uitvoerders. Vaak zijn dit succesverhalen doordat er honderd procent maatwerk wordt geleverd, maar er bestaan ook verhalen over onverwachte mislukkingen. Zolang er voldoende beschikking is over inzet, budget en vakmanschap kunnen er de mooiste, duurzaamste en betaalbaarste woningen worden gerealiseerd. Het probleem van deze praktijk heeft dan ook nooit gelegen in het succes van deze individuele gevallen, maar juist in de uitdaging om deze successen vervolgens dagelijks herhaalbaar te krijgen. De recentelijke impuls van de door overheid gesubsidieerde energieloketten om de verduurzamingsopgave te versnellen bevestigt dit beeld: of er is gebrek aan herhaling van de vraag en/of gebrek aan herhaling van het aanbod. Het bieden van enkel advies zal niet leiden tot opschalen van duurzame renovaties.

Collectiviteit vanuit bezit: Woningcorporaties ontwikkelden als eerste een collectieve aanpak (vanaf de jaren ’80). Vóór deze periode werden alleen de technische gebreken verholpen, maar kwamen collectieve ingrepen voor een kwaliteitsverbetering nauwelijks voor. Met het ouder worden van de groep naoorlogse woningen in hun bezit zag men in dat er behoefte was om op basis van het bezit onderhoud te plegen en dit collectief en preventief in te plannen. Dit is het begin van planmatig- en groot onderhoud. Doordat hun bezit opgedeeld is naar administratieve eenheden (complexen) werd dit de schaal waarop corporaties gingen opereren. De eerst vorm van collectiviteit is daarmee het complex.

Collectiviteit vanuit het aanbod: In 2010 kwam de Energiesprong (Platform31) met het initiatief De Stroomversnelling. Hierbij werd gekozen voor een collectieve aanpak op basis van het archetype ‘Doorzonwoning’ uit de periode 1964-1974. Daarvan staan er ongeveer 1,2 miljoen van in Nederland en een groot deel hiervan is in bezit van woningbouwcorporaties (daarmee was het nu eenmaal de grootste groep in aantallen). Door vier aannemers gezamenlijk een productoplossing voor deze woning te laten ontwikkelen waarmee direct naar Nul-op-de-Meter kon worden gegaan, werd de herhaling gericht op een Product-Markt-Combinatie. Later is deze propositie ook geschikt gemaakt voor component renovatie waardoor er stapsgewijs gerenoveerd kan worden voor het einddoel Nul-op-de-Meter.

Collectiviteit vanuit de keten: Vanuit diverse evaluaties is in 2019 het idee De Renovatieversneller bedacht. Hierbij werd een collectieve aanpak gepresenteerd dat zich richt op een Product-Markt-Combinatie (zoals bijvoorbeeld de NOM woning) voor een specifiek te vormen cluster woningen (voornamelijk op basis van het archetype). Waar bij de Energiesprong het archetype vooraf was bepaald (Doorzonwoning periode 1964 – 1974) werd deze keuze hier vrij gelaten. Ondanks de grote ambities en steun van BZK, De Bouwagenda, NVDE, etc. is dit programma nooit verder dan de introductiefilm gekomen. Hopelijk komt hier ooit nog eens een vervolg op.

Collectiviteit vanuit de activiteit: Onlangs (2020) kwam TNO met een publicatie genaamd de ‘Contigenten aanpak’. Een nieuwe collectieve vorm gebaseerd op leveranciers (van bijvoorbeeld isolatiemateriaal) die met hun oplossingen meerdere (identieke) woningen in eenzelfde gebied kunnen verbeteren. De definitie van deze aanpak luidt als volgt: “…Een contingent is een cluster van gebouwen waar dezelfde verduurzamingsoplossing op toepasbaar is. Dit wordt bepaald op basis van het “gebouw-DNA”. Dit is een set gedetailleerde eigenschappen per gebouw, waarbij zowel naar technische kenmerken, de omgeving als de bewonerswensen wordt gekeken. Deze contingenten omvatten gemiddeld zo’n 15.000 tot 30.000 gebouwen…”(Bron: https://www.tno.nl/nl/duurzaam/veilige-duurzame-leefomgeving/energie-gebouwde-omgeving/klimaatneutrale-gebouwde-omgeving/ ). Het woord contigent (dat letterlijk toegestane aantallen betekent) is een knipoog naar de nieuwbouw-aanpak uit de wederopbouwperiode. Destijds kregen gemeenten een contingent aangewezen om te bouwen. Dit nieuwbouwcontingent was het aantal woningen dat ze mochten/moesten bouwen en dit werd door de overheid gebruikt om de nieuwbouwopgave te sturen. In de huidige contingentenaanpak van TNO staan ook de aantallen centraal, maar dan waar gelijksoortige oplossingen kunnen worden toegepast. Oftwel ook een benadering vanuit het aanbod.

Collectiviteit vanuit de component: Ondersteund door de overheid en vele partijen zijn we als BouwhulpGroep, mede naar aanleiding van onze rol als programmaleider E’novatie, in opdracht van Novem en het ministerie van Economische Zaken (1986-1993) gestart met een verfijnde vorm van het archetype (Archetype = Woningtype + Bouwjaar). De ervaringen en oplossingen die binnen E ‘novatie zijn opgedaan werden ontsloten via de introductie van de componenten vloer, dak en gevel. Belangrijke conclusie van het onderzoek was dat complex en /of archetype veelvuldig als herhaling voorkomen, maar dat dit niet automatisch betekent dat de aanpak ook identiek is. Er kan gedifferentieerd worden, een vraag die steeds dominanter aan het worden is in de huidige voorraad. In de periode daarna hebben we het begrip ‘component’ in onze praktijk verder uitgewerkt en gedefinieerd. Een manier om die differentiatie waar te maken, maar met behoud van collectiviteit. Door niet de gehele woning (lees hier archetype) te hanteren als eenheid maar een schaal groter dan het product maar kleiner dan de woning (de component) is het ons gelukt om collectiviteit te organiseren voor bestaande woningen ongeacht de vorm van eigendom, woningtype en/of bouwjaar. Bovendien stelt de component je in staat om de momenten van ingrepen in de tijd (stapsgewijs renoveren, serie van 1) te bepalen. Dit zorgt er onder meer voor dat woningen niet in één keer volledig gerenoveerd hoeven te worden maar ook in stappen kunnen groeien naar de gewenste ambitie Wij noemen deze methode: Component Renovatie (Bron: https://www.duizendwoningenperdag.nl/duurzaamheid-2/component-renovatie-is-meer-dan-het-renoveren-van-een-bouwdeel/).

In 2005 nam BouwhulpGroep samen met 23 Europese industrieën het initiatief voor de ontwikkeling van een herhaalbaar renovatie aanbod op basis van component families. Vanaf 2009 is onder de merknaam Alliantie+ de samenwerking aangegaan met marktpartijen om onze opgebouwde kennis en ervaring te vertalen naar meer dan vijftig (component)concepten geschikt voor mass customization. Deze concepten worden dagelijks toegepast in plannen voor woningbouwcorporaties, verenigingen van eigenaren en collectieven van particulieren.

De nieuwe praktijk van collectieve ontwikkeling van zowel vraag als aanbod in buurten

Kenmerkend voor het renoveren van wijken en buurten is de hoeveelheid tijd en energie die het kost voordat er daadwerkelijk iets aan een woning wordt verbeterd. In de huidige praktijk heeft dan ook niet iedereen hetzelfde beeld van een ‘volledig’ renovatieproces. Vooral bij de aanbiedende partijen met herhaalbare renovatie oplossingen is er nog veel onbekendheid over de energie en activiteiten die voorafgaand aan de contractvorming hebben plaatsgevonden met de woningeigenaar. De praktijk van koplopers (veelal sociale woningbouwcorporaties en verenigingen van eigenaren) en haar bewoners zijn het bewijs van een enorme inspanning van vele jaren voordat er werkelijk gestart kan gaan worden met het uitvoeren van de gekozen maatregelen. Denk hierbij aan gesprekken in de buurt om te ontdekken wie er woont en wat hun ideeën zijn voor een leefbare en duurzame buurt. Of de gesprekken met stakeholders over grote beleidsthema’s zoals hittestress, energiearmoede en biodiversiteit in de buurt. Met op de achtergrond het ontsluiten van de benodigde kennis over de kwaliteit van de woningen en de mogelijke routes om deze te verbeteren, passend bij de plannen van gemeenten. Dit zijn nog slechts enkele onderwerpen die besproken worden voordat er specifiek over een mogelijk plan wordt nagedacht. Bij planvorming zullen dergelijke afwegingen gemaakt worden voordat een programma van eisen en/of prestaties technisch vastgelegd worden. Dat deze processen van initiatief en ontwerp tot de uitvraag naar de markt soms wel 10 jaar duren is voor veel mensen onbekend. Onlangs concludeerden betrokkenen bij de PAW-projecten nog dat we eigenlijk te weinig tijd hebben om deze manier van werken ook bij de particuliere woningmarkt in te zetten. Mede ingegeven door de lange aanlooptijd die er nodig is voordat een verduurzaming daadwerkelijk gestart kan worden. Het is dan ook niet verwonderlijk dat de resultaten van bijvoorbeeld PAW tot nu toe zijn tegen gevallen (Bron: Voortgangsrapportage PAW, https://www.aardgasvrijewijken.nl/documenten/HandlerDownloadFiles.ashx?idnv=2233256).

De onderstaande figuur over woningen en woningeigenaren maakt duidelijk waarom:

Figuur 2: Wanneer 4.500.000 eigenaren verdeeld worden over bijvoorbeeld collectieve van 25 personen dan zijn het 180.000 collectieven. Bekijken we dat per buurt dan zijn dit 10-15 collectieven per buurt.  Als een collectief per jaar start met verduurzaming, dan maken we kans op de gewenste opschaling.

Renoveren is niet alleen arbeidsintensief in de voorbereiding, maar zeker net zo arbeidsintensief in de uitvoering. Het werven van geïnteresseerde buurtbewoners die nu willen nadenken over duurzame plannen  voor hun woningén het vaststellen van de bestaande kwaliteit van deze woning kost veel tijd. Daar komt bij dat deze (ook de naast elkaar gelegen) woningen na jaren van gebruik inmiddels allemaal anders zijn geworden (ten opzichte van elkaar) dan ooit gebouwd. Door verschil in gebruik, (gebrekkig) onderhoud en/of eventuele verbeteringen is iedere woning ondertussen uniek geworden. Daarnaast is de behoefte, het budget en de wensenlijst van iedere woningeigenaar eveneens verschillend. Dit betekent dat renoveren maatwerk is en dat niet iedereen de kennis en ervaring heeft om dit te kunnen leveren. Mogelijke oplossingen zoals prefabricage bij renovatie vragen nog steeds om maatwerk omdat een particuliere woningeigenaar bijna nooit gelijktijdig de gehele woning van binnen en buiten aanpakt maar juist stapsgewijs. Bovendien laten woningeigenaren en bewoners verbeteringen steeds op voor hen natuurlijke momenten aansluiten. Het werken met grote groepen (collectieven) op basis van herhaalbare oplossingen (concepten) vormt dan ook de aangewezen manier om dit gat tussen vraag en aanbod op een efficiënte manier te overbruggen. Het collectief biedt in dit geval voldoende schaal voor de aanbieder om met concepten te werken.

Zoals hiervoor duidelijk is geworden is het idee van collectieve aanpakken niet nieuw. Mede vanwege de enorme verduurzamingsopgave van 1.000 woningen per dag, is er ook daadwerkelijk een behoefte om met intelligente vormen slimmer en sneller te renoveren. Het bundelen van de vraag en/of aanbod kan daarbij helpen. De korte geschiedenis van collectief renoveren laat zien dat er voldoende (herhaalbare) aanpakken beschikbaar zijn. Laten we dan ook duidelijk zijn door te zeggen dat er geen ‘beste’ collectieve aanpak is. Maar dat we als maatschappij enkel zijn gebaat bij de som van vele collectieve aanpakken om

Het realistisch perspectief op het versnellen en opschalen van de verduurzaming van de gebouwde omgeving.

De door ons ontwikkelde nieuwe en innovatieve integrale aanpak (2023) voor collectieven zet de bewoner, in tegenstelling tot andere aanpakken, dus zelf achter de knoppen. Op voorhand wordt de zekerheid gegeven dat de aanpak te herhalen is in iedere buurt, ongeacht bouwjaar, woningtype, doelgroep, eigendom, aantal huishoudens, omvang van de ingreep, deelname woningeigenaren, tempo van uitvoeren of gewenste kwaliteit van de woningen. Randvoorwaarden die andere collectieve aanpakken wel kennen.  We zijn dus niet afhankelijk of buren samen mee willen doen, of dat iedereen hetzelfde dak wil hebben. Voor ons is een collectief een groep mensen in de buurt die nu een verbeterbehoefte heeft en deze plannen ook nu tot realisatie wil brengen. Door welke eigendomsvormen deze groep precies wordt gevormd en welke oplossingen er gekozen zijn is niet meer dominant voor de werkwijze van initiatief, ontwerp naar realisatie.

Het belangrijkste verschil is dat de ordening niet meer op archetype plaatsvindt, maar op component niveau. De schaal van de component zorgt dat er sneller een herhaling optreedt. Dit zorgt er ook voor dat er op elke moment een collectief kan worden gestart om met bewoners woningen te verbeteren op basis van bewezen concepten. Na een opstartfase biedt deze aanpak dan ook de benodigde continuïteit die vanuit het bedrijfsleven nodig is om te gaan investeren in een duurzaam aanbod voor deze bewoners.

Ben je nieuwsgierig geworden naar de mogelijkheden van deze aanpak, klik dan op de onderstaande afbeelding en bekijk het introductiefilmpje. Of ga direct naar de pagina: www.ikwoon.io

Deel dit artikel:

mm

Het betaalbaar verduurzamen van bestaande woningen waarbij de bewoners zélf de regie heeft is de opgave waar onze correspondent Yuri zich dagelijks en met heel veel energie voor inzet. Zijn doel is het behoud van onze planeet maar vooral de mensen die daarop wonen. Yuri van Bergen is directeur van BouwhulpGroep, initiatiefnemer van Alliantie+ en tevens hoofdredacteur van deze blog. Hij publiceerde vier boeken gericht op de opgave om duizend woningen per dag te verduurzamen en wordt blij van goede ideeën die ook tot iets leiden!