DE INDUSTRIALISATIE VAN DE BOUW, EEN HONDERDJARIG IDEAALBEELD

de bestaande woningbouw is vooral traditioneel

Leestijd: 11 minuten, door BouwhulpGroep (november 2013)

Voorwoord artikelenreeks: reflectie op verleden toekomst

Een tweetal decennia geleden publiceerde de Bouwhulpgroep artikelen die sterk gericht waren op de toekomst van het renoveren. Hoe kan dat bijdragen aan het duurzaam en betaalbaar verbeteren van onze woningvoorraad. Wat moet en gaat er veranderen en hoe kan daarop ingespeeld worden. Het was niet alleen theorie maar we pasten het zoveel mogelijk toe in onze eigen praktijk. In die artikelen werden knelpunten benoemd en begrippen en methoden geïntroduceerd om die knelpunten op te lossen. Die knelpunten, begrippen en methoden blijken nu bij de noodzakelijke verduurzaming van onze woningvoorraad nog actueel en accuraat en worden deels opnieuw uitgevonden.

In deze artikelenreeks van negen artikelen uit de periode 2011 tot en met 2013 hopen we de koudwatervrees die we om ons heen zien om de woningvoorraad echt aan te pakken wat weg te nemen. En met terugwerkende kracht nogmaals het verhaal te vertellen over onze in eigen huis ontwikkelde methode van Collectieve Component Renovatie. Het gaat immers nu niet meer om het denken over hoe we dat moeten doen dat weten we en dat kunnen we. In onze dagelijkse praktijk voor alle woningeneigenaren en overheden zijn deze voordelen zichtbaar. Het gaat er nu om dat er middelen vrijgemaakt worden om het daadwerkelijk op grote schaal te gaan doen. Noodzakelijk om überhaupt de klimaatdoelstellingen te halen.

Dit slotartikel uit de reeks gaat uitgebreid in op de noodzaak van industrialisatie en innovatie in de bouw. Gesteld wordt dat er bij nieuwbouw weliswaar stappen zijn gezet maar dat bij de aanpak van de bestaande bouw hiervan nauwelijks sprake is. Er wordt ingegaan op de oorzaken hiervan en wat er nodig is om hierin stappen te zetten. Stappen die nu nog steeds gezet moeten worden. Dit artikel is ook  in 2013 verschenen in het vakblad Renda.

In de afgelopen eeuw is de industrialisatie van de bouw een steeds terugkerend onderwerp geweest. In de periode na de Eerste Wereldoorlog, met de opkomst van de sociale woningbouw en de sterke uitbreiding van de steden, zijn de eerste grote bewegingen waar te nemen. Het Bauhaus met Hannes Meyer en Walter Gropius zijn hier de exponenten Maar ook in Nederland bemoeiden architecten en bouwers zich met de vernieuwing van het bouwen, met oog voor de prefabricage. In de naoorlogse periode nam de industrialisatie van de woningbouw, met de komst van systeemwoningen, een grote vlucht. Er is eigenlijk voortdurend een zoektocht naar industriële fabricage (van onderdelen), waarbij de productie zich richt op een markt en niet op een opdracht. En nu, in de eenentwintigste eeuw, staat het opnieuw op de agenda. Maar het onderwerp van de discussie verschuift in de loop der tijd van goedkoop naar meer ruimte voor individualiteit en aanpasbaarheid.

Nog steeds wordt de bouw sterk bepaald door het stapelen van materialen op de bouwplaats. Op het moment dat er een systeem wordt toegepast, bijvoorbeeld sandwichwanden met hulpstukken, dan weten we bijna niet hoe er efficiënt mee om te gaan. De bouw wordt misschien nog het beste geïllustreerd door een kastje van IKEA. Op het moment dat dit op de bouw aankomt, worden handleiding en hulpmiddelen weggegooid en wordt de kast met eigen schroeven en hulpmiddelen in elkaar gezet. De vraag is nu, hoe krijgt de industrialisatie binnen deze context nieuwe kansen in de woningbouw en welke problemen moeten ervoor worden overwonnen? De huidige kenmerken van de bouw zijn mede een obstakel om tot een projectoverstijgend aanbod te komen. Dit geldt nog eens extra voor de bestaande (woning)bouw, waar nauwelijks sprake is geweest van enige continuïteit.

Drijfveren voor industrialisatie en de dilemma’s

De industrialisatie van de woningbouw is in het verleden bij de eerste gedachte aan industrialisatie om drie redenen ingezet:

1.   Goedkoper. Om woningen betaalbaar te maken, was het nodig door prefabricage de arbeid op de bouwplaats terug te brengen en zo tot reductie van de kosten te kunnen komen door gebruik van verregaande mechanisatie.

2.   Beter. De industrialisatie heeft het voordeel dat er onder beheerste en gestandaardiseerde condities geproduceerd kan worden in fabrieken, waardoor ook het proces gecontroleerd kan worden. Dit aspect werd in het verleden – in de directe naoorlogse periode – nog eens versterkt door een tekort aan vaklui.

3.   Meer. Juist als de woningproductie opgevoerd moet worden, dan is het van belang efficiënt en effectief om te gaan met de beschikbare productiecapaciteit en middelen.

In de afgelopen decennia zijn er twee argumenten bijgekomen, die vragen om een verregaande optimalisatie van productie:

4.   Maatwerk. In toenemende mate wil de individuele bewoner de ruimte krijgen om de kwaliteit naar eigen keuze in te vullen, zonder verlies van de voordelen van standaardisatie.

5.   Vervangbaarheid/aanpasbaarheid. Het gaat hierbij om het denken in componenten – samenstellende bouwdelen – die in de loop der tijd aangepast en/of vervangen kunnen worden, tegen een acceptabele prijs.

Ook de geschiedenis van de afgelopen vijftig jaar laat zien, dat er voortdurend pogingen gedaan zijn om de basis te leggen voor een productie, in de bouw, die zich meer richt op de markt dan op één (enkele) opdracht. De modulaire coördinatie heeft in deze ontwikkeling een belangrijke rol gespeeld. Het modulaire systeem was er mede op gericht om industriële producten te combineren met maatwerk en aanpasbaarheid.

Op dit moment is er sprake van een dubbele beweging in de bouw: de vergaande rationalisatie van het productieproces, wat tot uitdrukking komt in de meer integrale en betere samenwerking (o.a. Lean-processen) en de toename van de prefabricage in de vorm van componenten (gevel, dak, woninginstallatie etc.).

Aanvullend op de eerstgenoemde redenen van goedkoper, beter en meer komt nu geleidelijk de nadruk te liggen op maatwerk, de keuzemogelijkheden voor bewoners en de aanpasbaarheid in de tijd. Er moet dus ruimte komen om op de veranderingen in de tijd in te kunnen spelen. De kwaliteit die anno 2013 gerealiseerd wordt, moet in de tijd aangepast kunnen worden aan veranderende eisen en nieuwe mogelijkheden. Niemand kan twintig à dertig jaar vooruitzien. Dit geldt vooral ten aanzien van comfort, uitrusting en uitstraling. De wereld is nu eenmaal niet te voorspellen, zeker niet ten aanzien van de technische mogelijkheden.

Gebrek aan continuïteit, gevolg kenniskrimp van de renovatie

In de afgelopen decennia is er een voortdurende wisseling geweest in belangstelling voor kwaliteitsaanpassing van de bestaande woningvoorraad. Vooral de grote bouwbedrijven zijn afwezig geweest op dit toneel. In alle eerdere perioden is er vooral sprake geweest van middelgrote/kleine bouwbedrijven, die hun sporen verdiend hebben in deze praktijk. Door de huidige crisis in de bouw wordt dit eindelijk ook door de andere bedrijven gezien als potentiële omzet. Maar dat wil niet zeggen dat dit specialisme zomaar eigen gemaakt kan worden. Kennis over de bestaande bouw geldt voor alle betrokkenen als de basis. Alleen veel onderzoek en ontwikkeling in de loop van vele jaren kunnen een bijdrage leveren aan de innovatie van deze praktijk.

De huidige situatie leidt er nog steeds onder dat er sinds 1990 eerder van kenniskrimp dan van kennisontwikkeling sprake is geweest. Alleen de logistiek van de uitvoering is mede door de crisis geoptimaliseerd (LEAN gemaakt) en heeft recent een extra impuls gekregen.

Terugkijkend op de praktijk van renovatie van 1970 tot heden, zijn er globaal vijf perioden te onderscheiden:

•  De aanloop: 1970-1979. Woningverbetering verschijnt op het toneel en wordt mede het antwoord op de grootschalige sloop, die tot dan de aanpak van de vooroorlogse woningvoorraad kenmerkte. Aarzelend wordt er gestart met de nieuwe praktijk.

•  Het hoogtepunt: 1980-1985. De stadsvernieuwing stond in het centrum van de belangstelling en renovatie vormde daar een essentieel onderdeel van. Nieuwe bouwmethoden werden geïntroduceerd in de vorm van de droge bouwmethode (houtskeletbouw), mede om de uitvoeringstijd te bekorten.

•  De aanpak van de naoorlogse woningbouw: 1986-1995. Door de toenemende onderhoudsbehoefte en de achterblijvende energetische kwaliteit ontstaat er grote belangstelling voor dit onderdeel van de voorraad. Nieuwe oplossingen doen hun intrede: gevelvullende elementen, buitengevelisolatie en nieuwe woninginstallaties (WTW, HR-ketels). Ook doen nieuwe reparatietechnieken hun intrede (houtwerk, kanalen).

•  De stilstand: 1996-2005. Renovatie komt bijna tot stilstand. Wat overblijft, is de aanpak van douche, keuken, toilet en planmatig onderhoud.

•  De nieuwe opbloei: 2006-heden. Twee lijnen zorgen voor deze nieuwe belangstelling: de toenemende veroudering van de woningvoorraad en de financiële crisis.

Industrialisatie en innovatie zijn nog ver te zoeken in de bestaande woningbouw

Op zich is het vreemd dat industrialisatie en innovatie in renovatie nog ver te zoeken zijn, gezien de grote omvang van de opgave. En voor zover er sprake is van vernieuwing, zijn het kopieën van nieuwbouw die vaak slechts beperkt passen. Dit hoeft eigenlijk niemand te verbazen, gezien de wisselende belangstelling voor renovatie in de tijd en de bescheiden rol die het zo nu en dan vervulde. Kijken we naar nieuwbouw, dan overstijgen we ook daar het niveau LEAN-werken niet en is er op beperkte wijze sprake van prefabricage, die niet uitstijgt boven de prestaties uit het verleden met systeemwoning en concepten.

Alle grote bouwbedrijven hebben in de nieuwbouw, om de twintig à dertig jaar bij specifieke marktomstandigheden, geprobeerd de prefabricage meer ruimte te geven en hebben soms de stap gezet naar industrialisatie. Maar van een structurele aanpak is nooit sprake geweest. Als de marktomstandigheden veranderden, kon alles weer gemaakt worden op basis van één project. En voor zover er sprake is geweest van innovatie, dan lag het primaat toch bij de toeleverende industrie en gespecialiseerde (onderhouds)bedrijven.

Van onderop en denken in componenten

Als er gesteld wordt dat er alleen van onderop veranderingen te verwachten zijn, wordt gedoeld op de komst van ‘nieuwe spelers’ en de verandering in de vraagkant, waarbij de bewoner/gebruiker leidend gaat worden.

De vernieuwing in de renovatiepraktijk uit het verleden kwam ook niet van de traditionele partijen en instanties. Bijvoorbeeld, rond 1980 was de stadsvernieuwing sterk in opkomst en het waren de gemeenten die sturing gaven aan de vernieuwing ten aanzien van product, proces en samenwerking. Tien jaar later was het de centrale overheid die via het E’novatieprogramma poogde vernieuwing in de aanpak van de naoorlogse woningbouw een plaats te geven. Nu, anno 2013, zijn het de nieuwe netwerken en allianties die zoeken naar passende, nieuwe oplossingen.

De tijd dat de bewoner een te negeren persoon was, die moest slikken wat van bovenaf bedacht werd, ligt gelukkig ver achter ons. In die zin zijn bewoners gewone mensen, die keuzemogelijkheden willen hebben en graag de LEAD hebben bij verandering in hun woonsituatie. Het ‘nieuwe’ aanbod zal hierop volledig afgestemd dienen te worden

Willen maatwerk en keuzemogelijkheden betaalbaar zijn en van een goede kwaliteit, dan is standaardisatie nodig. Maar standaardisatie in de bestaande woningbouw is pas zinvol als er volledig begrip is over de eigenschappen van de woningen Zoals iedereen weet, is niets complexer als iets toevoegen aan een bestaand systeem. Het risico is aanwezig dat het bestaande evenwicht verstoord wordt.

De nieuwe balans, die mede gevoed wordt door innovatie en een hoge mate van prefabricage, zal oog moeten hebben voor het bestaande, om tot een passende oplossing te komen. Het aanbod zal betrekking moeten hebben op onderdelen van de woning (componenten), de expertise van het bestaande zal moeten aangeven wat aanvullende, noodzakelijke maatregelen zijn, om tot een nieuw evenwicht te komen. Denk maar aan de energiebesparende maatregelen uit de jaren tachtig van de vorige eeuw, toen het binnenmilieu vergeten werd en vochtproblemen het gevolg waren.

Op weg naar meer rationaliteit en prefabricage

Om adequaat antwoord te geven op de nieuwe vragen, zal een radicale verandering in de bouw plaats moeten vinden. De markt van inkopers moet vervangen worden door die van aanbieders. En dan gaat het niet om aanbieden van bouwdelen of producten, maar om totale systemen, die een samenhangende kwaliteit bieden en iets voor het gebruik betekenen. Dit wordt ook wel aangeduid met componenten. Er wordt dan niet meer gesproken over een kozijn, maar over een gevel die een samenhangende prestatie levert. Hetzelfde geldt voor het dak et cetera.

De integrale benadering beperkt zich niet tot de componenten en de woning, maar zal veel meer het wonen en leven moeten faciliteren dat in de woning plaatsvindt. Het wonen, inclusief zorg en werken, wordt hierbij als het ware in de breedste betekenis ondersteund.

De huidige informatietechnologie biedt kansen om (gewenste) mogelijkheden en technieken nog beter op elkaar af te stemmen. In het verleden is door de invoering van o.a. modulaire coördinatie een aanzet gemaakt om een koppeling te maken tussen een ‘ruimteplan’ en ‘materiaalplan’ (materialisatie). Uiteindelijk was het nodig standaardisatie in de maatvoering te realiseren. Anno 2013 zijn we qua informatietechnologie verder en zijn er ten aanzien van de mogelijkheden voor de maatvoering van bouwdelen ook meerdere antwoorden ontstaan, om de serie van één in de productie realiseerbaar te maken.

Om de optimale vooruitzichten voor meer invloed van de bewoners op de keuzemogelijkheden een plaats te geven, zullen er steeds hogere eisen aan communicatie gesteld worden. De ‘configurator’ voor de woning komt dan om de hoek kijken. Maar er is meer nodig om ook een passend aanbod te bieden. Onderzoek, ontwikkeling en ontwerp zal een bindende factor moeten worden bij het zoeken van nieuwe antwoorden. Misschien krijgen we zo de opstap naar prefabricage en industrialisatie in de bestaande bouw.

Deel dit artikel:

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.