REPRISE: Van RES naar wijk

Leestijd: 11 minuten, door Haico van Nunen, Renda (Januari 2021)

In deze artikelenserie blikken we terug op stukken die we enkele jaren geleden schreven. Dit keer staat de route centraal van politieke ambities voor de regio naar de concrete vertaling op wijkniveau: van RES naar wijk.

Het artikel schetst de situatie van vijf jaar geleden en gaat uit van een scenario waarin er inmiddels veel meer duidelijkheid zou zijn. De RES-plannen moesten worden opgesteld, de transitievisie warmte zou daaruit volgen, en dat vormde het startpunt voor de vele wijkuitvoeringsplannen (WUP’s) — waar we nu, zo was de verwachting, volop mee bezig zouden zijn.

De praktijk blijkt weerbarstiger. De destijds zo helder geachte kaders zijn dat toch minder gebleken dan gedacht: in veel gemeenten is nog altijd geen definitieve keuze gemaakt in de transitievisie warmte. Wijkuitvoeringsplannen zijn dan ook nog maar beperkt beschikbaar. Het artikel laat zien welke keuzes er eigenlijk gemaakt moeten worden, en verklaart daarmee tegelijk het beperkte aantal WUP’s.

De bewoner is formeel aan zet, maar ervaart zelf nog geen probleem. We zijn dan wel in de wijk aangekomen, maar we zoeken nog naar het juiste verhaal dat daar verteld moet worden. Zonder een duidelijke aanleiding gebeurt er weinig in de buurten. Biedt bewoners perspectief is daarom (nogmaals) de oproep.

2021 is het jaar waarin het moet gaan gebeuren. Onze duurzame toekomst wordt bepaald. De Regionale Energie Strategieën (RES) dienen halverwege het jaar gereed te zijn. Later in het jaar moeten dan de verschillende gemeenten in een transitievisie warmte aangeven hoe zij binnen de gemeente de overgang gaan maken naar duurzaam aardgasvrij verwarmen en koken. Eind van het jaar ligt er dus veel vast voor onze duurzame toekomst.

Context van de opgave

Eerst kort de context. Nederland heeft zich middels het verdrag van Parijs (2015) gecommitteerd aan duurzaamheidsdoelstellingen. De belangrijkste daarvan: 80-95% reductie op de CO2 uitstoot in 2050 ten opzichte van 1990. Om daar in Nederland aan te werken is uiteindelijk via diverse tafels het ontwerp Klimaatakkoord (2019) ontstaan. Dit bepaalt voorlopig de route hoe wij als Nederland invulling gaan geven aan de verduurzaming. Tijdens die tafels (o.a. industrie, mobiliteit, landbouw) zijn afspraken gemaakt hoe die route ingevuld wordt. Voor de tafel ‘gebouwde omgeving’ is daarin onder meer afgesproken dat de energieregio’s (dertig in totaal) in beeld gaan brengen hoe we in de desbetreffende regio duurzame energie kunnen gaan gebruiken. Er is hier bewust gekozen voor de schaal van de regio, aangezien bronnen niet bij de stadsgrens eindigen. Dat is de reden dat deze plannen worden opgesteld met een breed scala aan stakeholders uit de regio; gemeente, provincie, netbeheerders, bedrijven, organisaties, etc. 1 juli 2021 moeten de RES 1.0 gereed zijn, om vervolgens elke 2 jaar herijkt te worden.

Maar als in de regio de verwachting en verdeling van energie besproken is, dan zijn vervolgens de gemeenten aan zet om, op basis van die kennis keuzes te maken wat dat betekent voor hun stad of dorp. Hiervoor is de transitievisie warmte in het leven geroepen. Van iedere gemeente wordt een plan verwacht waarin ze aangegeven hoe ze een bijdrage gaan leveren aan de duurzaamheidsdoelstelling, binnen de kaders zoals ze in de regio zijn vastgelegd. Denk bijvoorbeeld aan de aanwezigheid van een warmtenet. Als iedere gemeente daarop zou aansluiten, kan er te weinig zijn voor allemaal. Er zullen dus afspraken gemaakt moeten worden over de verdeling en de mogelijke alternatieven. Bij het opstellen van deze warmtevisie dient er gekeken te worden naar de beschikbare bronnen voor warmte, in welke hoeveelheid die voorhanden zijn, of wat er gedaan moet worden om voldoende warmte te krijgen. Als dat bekend is kunnen de bronnen verdeeld worden over de stad. Met die kennis kan op een lager schaalniveau gekeken worden wat dit betekent voor de wijk, de straat of de woning. dit gebeurt in de wijkuitvoeringsplannen. Op dat schaalniveau wordt met mensen uit de buurt bekeken wat de impact van al die plannen op hun manier van wonen is.

In de keten

Tot zover het grotere plaatje. Je ziet dat deze verduurzamingsopgave over vele schakels heen gaat. De handtekening van de Nederlandse overheid in Parijs, wordt via de regio’s doorgegeven aan de gemeenten, om te landen in de wijken, vaak nog via de woningcorporaties, om uiteindelijk een bepaalde impact te creëren op de woningen die je om je heen ziet. Onze gekozen vertegenwoordigers proberen daar zo goed mogelijke keuzes in te maken, zodat het uiteindelijk een behapbare opgave wordt. Maar zo ver is het nog niet. De gemiddelde burger heeft nog geen weet van de plannen en tussen Parijs en je eigen woning zit een gigantische afstand. Dus niet zo gek dat er tot nu toe nog maar beperkte doelen bereikt zijn als het gaat over de verduurzaming.

Tussen aardasvrij en CO2 neutraal

De oplettende lezer is het wellicht al opgevallen, in de Nederlandse verduurzamingsopgave lopen twee sporen door elkaar. Het centrale doel van het Klimaatakkoord is het terugdringen van de uitstoot van broeikasgassen. Immers willen we de opwarming van de aarde tegen gaan, moeten we de CO2-uitstoot een halt toeroepen. Maar als we kijken naar de RES plannen en in de transitie visie warmte wordt in eerste instantie gesproken over duurzame manier van verwarmen en koken. De manier om dat te bereiken ligt vooral verscholen in aardgasvrije wijken: het tweede spoor dus. Ook de laatste brief van minister Ollongren (12-1-2021) stuurt vooral op ‘alle wijken worden aardgasvrij’. En natuurlijk als we de verbranding van aardgas stopzetten, bespaart dat veel CO2. Er zit dus een zekere mate van overlap tussen aardgasvrij en CO2-reductie, maar er zijn ook wel spanningsvelden te benoemen. Zeker als we kijken naar de transitiefase, waarin nog niet alles geregeld is. Stel dat ik een woning afsluit van het aardgas, en voorzie van een warmtepomp. Zolang we nog gebruik maken van kolencentrales, is die elektrische energie niet CO2-vrij. Hetzelfde geldt over het gebruik van warmtelevering, waar bijstook plaats vindt (van bijvoorbeeld biomassa). Aardgasvrij is dus geen synoniem voor CO2-vrij.

Twee ambities

In feite lopen er dus twee ambities naast elkaar. Enerzijds willen we energiereductie om op die manier de CO2-uitstoot naar beneden te brengen. Anderzijds willen we van het aardgas af. Aardgas is een fossiele bron (daar raken we de energiereductie, immers het vermijden van het gebruik van aardgas levert een reductie in CO2-uitstoot op, mits het alternatief duurzaam is), maar we willen tevens de gaswinning in Groningen afbouwen en ook niet afhankelijke zijn van de import van andere landen. In communicatie over de transitie lopen deze doelstellingen door elkaar. We hebben het over energie-strategieën, die uitgewerkt worden in warmte-visie. Er bestaat een Programma Aardgasvrije Wijken, waarin de focus vooral ligt op het verwijderen van het aardgas. Het succes van deze wijken wordt gemeten in aantallen woningen dat van het aardgas af is, maar er wordt ook gekeken naar herhaalbaarheid, exclusiviteit en kosteneffectiviteit[1] Daar wordt CO2 niet in genoemd, terwijl voor gemeenten dit ogenschijnlijk hetzelfde is als aardgasvrij. Daar komt bij dat bij de overgang van aardgas naar een ander bron (zoals warmtelevering, maar ook bij een warmtepomp) er vaak op een lagere temperatuur verwarmd. Verwarmen met midden temperatuur of zelfs lage temperatuur is echter alleen mogelijk of efficiënt als de woning een beperkte warmtevraag heeft. Dat betekent dus dat we eerst moeten isoleren voordat we op de nieuwe bronnen over kunnen. En die isolatie brengt op zichzelf ook weer een CO2 reductie met zich mee. Immers, wat je niet verliest hoef je ook niet op te wekken. Daarmee draagt aardgasvrij stiekem toch een steentje bij.

Hand-in-hand

Maar is het dan zo erg om die twee ambities door elkaar te laten lopen? Het maakt de boodschap er wat mij betreft niet duidelijker door. Zeker niet als je op stadsniveau keuzes moet maken. Je loopt het risico dat een van beide ambities, of misschien zelfs beiden, niet behaald worden. Binnen gemeenten lopen programma’s voor aardgasvrije wijken, maar er lopen ook programma’s voor energiereductie. En Nederland zou Nederland niet zijn als die programma’s niet overal gezamenlijk optrekken. Bij het opstellen van warmtevisies moeten er keuzes gemaakt worden welke maatstaf maatgevend wordt in de verdere uitvoering: aardgasvrij of CO2-reductie? Als voorbeeld, wat gebeurt er als je een wijk nu wel aardgasvrij maakt en van passende maatregelen voorziet, maar niet direct kijkt wat er nodig is om de gewenste CO2 reductie halen?
De start ligt vooral bij woningcorporaties, zodat zij de startmotor kunnen vormen. Zij hebben veelal de kennis in huis om over een vraagstuk na te denken. Bovendien is het bij hen dagelijkse kost om over de lange termijn van een gebouw na te denken. Een particulier echter heeft deze kennis niet en is van nature geneigd om op een kortere termijn na te denken. Daar ontstaat een risico dat vanuit het programma aardgasvrij keuzes gemaakt worden, waar de CO2-reductie achter blijft. Met als gevolg dat ze in een later stadium wederom aan de slag moeten om de noodzakelijke energiebesparing te halen.

Opgave in aantallen

Wat mij nog steeds verbaast is er nog zo weinig gecommuniceerd wordt over de aard van opgave. Natuurlijk, momenteel hebben we allemaal wat anders aan ons hoofd, maar daar trekt het klimaat zich niets van aan. Vanuit de overheid zijn de programma’s tot nu toe vooral gericht op mensen een beetje in beweging krijgen. Een LED lamp, spouwisolatie en zonnepanelen. Dat is het beeld dat nu gecreëerd wordt waar we allemaal naartoe moeten. Maar dat is slechts het begin. Voor het tussendoel in het Klimaatakkoord in 2030 wordt uitgegaan van 3,4 Mton CO2 reductie bij 1,5 miljoen woningen. Dat is meer dan 2.000 kg per woning! Uitgedrukt in aardgas is dat 1250 m3. Dat gaan de lamp, de spouw en het zonnepaneel niet voor elkaar krijgen. Bovendien is binnen Europa al weer het streven om 55% reductie bewerkstelligd te hebben in 2030. Het beeld dat mensen hebben over wat er gedaan moet worden en de daadwerkelijke ingrepen verschilt nogal. Misschien is dat dan ook wel de reden dat er tot nu toe ‘slechts’ 206 woningen van het aardgas af zijn gegaan (Volkskrant, 18 januari 2021).

Wijkuitvoeringsplan

Zoals al aangegeven, na dit jaar is er meer duidelijkheid over de koers. De RES plannen liggen vast en de eerste warmtevisies zijn dan ingediend. Natuurlijk worden die iedere twee jaar herzien, maar de eerste kaders zijn bekend en de opgave vertaalt zich naar weer een niveau lager, de wijken. De bedoeling is dan om samen met de gebouweigenaren en bewoners gezamenlijk dit wijkuitvoeringsplan in te vullen. Maar hoe ga je dit doen, als de heersende opvatting is dat je met een ledlamp en isolatie klaar bent? Als je zo maar om tafel gaat zitten krijg je een totaal verkeerd gesprek. Als eerste is de boodschap die je komt brengen veel groter dan het perspectief dat mensen voor ogen hebben, maar ten tweede heb je ook al enkele essentiële keuzes gemaakt, bijvoorbeeld over de energiedrager die in de wijk komt. Hoe goed en onderbouwd die keuze ook gemaakt is, daarmee leg je al veel vast voor de bewoner. Vervolgens wil je met mensen het gesprek aan gaan hoe zij, binnen de kaders die jij hebt vastgelegd, hun woning aan kunnen passen en eigenlijk omdat jij vindt dat dat moet. Vanuit eigenaar-bewoners perspectief lijkt me dat een lastig vertrekpunt. We hebben jaren ervaring bij ‘lastige’ renovatie projecten om alle neuzen weer dezelfde kant op te krijgen, wat daarbij vaak helpt is enige zeggenschap en duidelijkheid in de keuzes vooraf. Hier ligt echter al (te) veel vast.

Duurzame toekomst

Het zou volgens mij al helpen als mensen nu al voorbereid worden. Duidelijkheid dat het over grote ingrepen gaat, duidelijk maken dat het te maken heeft met de (duurzame) bronnen die je kunt gebruiken en duidelijk maken dat iedereen (ja, ook jij) van het aardgas af moet. Bovendien moet daarbij een perspectief worden geboden wat de mogelijkheden zijn. Welke oplossingen passen bij jouw woning, en wat past het beste bij jouw situatie? Het helpt ook om inzicht te geven in de mogelijkheden voor verbeteringen die je al lang wilde; een verwarmde zolder, een uitbouw of een comfortabele vloer. Van die maatregelen merk je namelijk zelf direct de verbeteringen. Tot slot is het goed om mensen perspectief te bieden of ze het allemaal zelf moet doen, of dat er ondersteuning (in proces en financiën) is om die stap daadwerkelijk te maken. Met die kennis is het, als straks in jouw wijk of buurt een wijkuitvoeringsplan wordt opgesteld niet zo’n grote schok. En wie weet ga je nu zelf aan nadenken over wat je straks kunt doen, om je steentje bij te dragen aan aardgasvrij én CO2-vrij wonen.


[1]Tussentijdse evaluatie Programma Aardgasvrije Wijken Wat men moet leren doen, leert men door het te doen, Rebel/Kwink 18 september 2020

Deel dit artikel:

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.